Woensdagochtend 2 oktober. Het was tijd om weer naar huis te gaan. De shuttlebus was prima op tijd. Overigens: wie heel erg zit te wachten op een allerlaatste anekdote uit San Francisco: wij hadden onder andere ontbeten met cornflakes en melk. Nou heb je om en nabij 88 soorten melk in Amerika, dus het verbaasde ons niet zo dat ie wat vreemd smaakte. Even later constateerden twee Amerikaanse dames dat de melk zuur was. Right…Het was nog vroeg zullen we maar zeggen.
Op het vliegveld begon het hele circus weer opnieuw. Inchecken. Bagage afgeven. Alles wat van belang was uit de rugzak halen en in bakken doen, zodat die door de scanner kunnen. Zo ook je riem, jas en schoenen. En na de bodyscanner kan je alles in omgekeerde volgorde weer aantrekken en om je lijf hangen. Het minst leuke gedeelte van het vliegen.
Des te leuker is het opstijgen. Dan zitten we echt als twee kleine kinderen elkaar vol spanning aan te kijken als het gebrul van de motoren klinkt. De binnenlandse vluchten lijken overigens langer op de baan te taxiën dan intercontinentale. Dit was op onze heenreis zo en op de terugweg ook. Wat we allebei een beetje vreemd vonden, was dat we dit keer voor de lunch moesten betalen. Zijn de tickets dan nog niet duur genoeg? Het vervelende was, dat we weliswaar wel een stevig ontbijt hadden gehad (mét zure melk), maar inmiddels wel knap honger begonnen te krijgen.
Gelukkig kwam daar met onze tweede vlucht verandering in. De maaltijden die tegenwoordig in het vliegtuig worden geserveerd zijn van prima kwaliteit en we lieten het ons goed smaken. Daarna gingen de luiken dicht en lichten uit en probeerden we wat te slapen. Allebei lukte het ons slecht, maar alle tijd die je uit kan rusten is meegenomen.
We kwamen prima op tijd aan op Schiphol. Onze terugreis was een stuk rustiger, want op de heenreis hadden we flink last van turbulentie. Het was een rare gewaarwording om weer terug te zijn, want Nederland is zoveel anders dan Amerika. En tegelijkertijd zo bekend. We trakteerden onszelf nog op een laatste koffie bij de Starbucks, ook met de achterliggende gedachte dat we daardoor makkelijker wakker konden blijven. Niettemin stortten we allebei rond vier uur ongeveer in. We hebben ons best gedaan om bezig te blijven, om zo de jetlag sneller te doen verdrijven. Gelukkig hoeven we allebei maandag pas weer naar het werk, dus we hebben nog even de tijd om weer te settelen.
Maar. Dit is ons laatste logje. En die wilden we op een speciale manier afsluiten. Met wat feitjes over onze vakantie, die jullie vast willen weten.
• Temperatuur: de hoogste temperatuur die we hebben gehad was 99 °F (in Death Valley). De laagste temperatuur was in Mammoth Lakes met een schamele 30 °F. In Celsius respectievelijk: 37 en -1 graad.
• Hoogte: het hoogste punt waar we zijn geweest was de Independence Pass gelegen tussen Twin Lakes naar Aspen: 12.095 feet (3686,6 meter).
• Windkracht: tussen de 6 en 7 (met een temperatuur van zo’n 4 graden Celsius) in Yosemite.
• Neerslag: we hebben lichte sneeuwval in Yosemite gehad en veel regen in Denver en Boulder (daar waar later ook de overstromingen waren, maar daar zijn we gelukkig nog net op tijd langs geglipt).
• Hotels. We hebben 15 (u leest het goed) hotels van binnen gezien. Van uiteenlopende kwaliteit netjes gezegd.
• Dieren. We hebben veel dieren gezien. Het kleinste dier was een hagedis, de grootste een bizon. Daartussenin zaten (veel) reeën, eekhoorns, een slang, dassen, chipmunks, haviken, steenarenden en heel heel heel veel raven. In het begin waren we daar erg van onder de indruk, want de raaf is in Nederland zo goed als uitgestorven. Maar in de gebieden waar wij zijn geweest was de Arizona Raven goed vertegenwoordigd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten